Meer zuivel: hoe breng je die boodschap over?

Diëtisten vertellen voedingsverhalen, elke dag weer. Ze vertellen hun patiënten over gezonde voeding, over voedingsstoffen en gezondheid. Als ze goed vertellen, krijgen ze de patiënten mee in hun verhaal. Zodat de patiënt gemotiveerd raakt zijn voeding te veranderen.
29 november door: Mieke Acda
Verhalen vertellen is een kunst. En over zuivel valt veel te vertellen. Op de algemene ledenvergadering (ALV) van de Nederlandse Vereniging voor Diëtisten hebben we daarom gevraagd: ‘Hoe motiveer je jouw patiënten om (meer) zuivel te gebruiken?’. We waren verrast door de creatieve antwoorden. Diëtisten kunnen de boodschap van gezond eten goed voor het voetlicht brengen!
Benieuwd naar wat voorbeelden? Veel diëtisten leggen hun cliënten uit dat de eiwitten meer verzadigen dan koolhydraten of vetten. Een verzadigd gevoel is van belang voor grote groepen cliënten, zoals mensen die op hun gewicht moeten letten. En eiwitten zelf zijn essentieel bij de behandeling van ondervoeding, zo benadrukken de diëtisten in ziekenhuizen bij hun cliënten. Melk, yoghurt en kaas leveren natuurlijk nog meer, zoals B-vitamines en calcium. Diëtisten vertellen wat ‘nutriëntendichtheid’ is en gebruiken zuivel daarvoor als goed voorbeeld.
Maar het blijft niet bij de theorie alleen. Eten doe je immers in de praktijk! Uit de enquête blijkt dat diëtisten zeer praktische adviezen geven over zuivel. Ze adviseren bijvoorbeeld om bij elke maaltijd een zuivelproduct te gebruiken en zo de aanbeveling van het Voedingscentrum te halen. Of ze zeggen juist – zeker bij mensen met overgewicht – dat zuivel een perfect tussendoortje is omdat het een belangrijk basisvoedingsmiddel is en ook een ware traktatie. Veel diëtisten zien zuivel als een uitstekende start van de dag. Een ontbijt met zuivel, bijvoorbeeld havermoutpap, yoghurt met muesli of een fruitige smoothie, wordt vaak aangeraden. Ook geven diëtisten recepten. En zetten ze schaaltjes, glazen, mokken en bekers op tafel, om te laten zien hoeveel zuivel nou echt nodig is. Ze gebruiken voorlichtingsmaterialen als de Calciummeter of een berekeningsprogramma om de calciuminname te tonen.
En natuurlijk gaat het niet alleen om vertellen, maar ook om luisteren. Als iemand geen of weinig zuivel gebruikt, is het de moeite waard te informeren naar het verhaal daarachter. Er zijn soms verkeerde ideeën over zuivel, zo zeggen diëtisten in de enquête. Dat zuivel ‘dikmakend is’ , of dat zuivel niet meer nodig is als je volwassen bent, of dat het slecht is voor de darmen. Allemaal vooroordelen die je met een goed gesprek kunt wegnemen.
Ja, eigenlijk was het een heel eenvoudige vraag, daar op de ALV. ‘Hoe motiveer je patiënten om meer zuivel te gebruiken’? Maar de antwoorden laten weer eens zien hoeveel kennis, creativiteit en inlevingsvermogen diëtisten in huis hebben. Om trots op te zijn!
Mieke Acda, diëtist