Laatste update: 8 november 2011 om 11:57 uur
Niet alleen groente en fruit lager dan de aanbeveling

Groenten en fruit zijn niet de enige basisvoedingsmiddelen die Nederlanders te weinig binnenkrijgen. Ook de zuivelconsumptie laat voor alle leeftijdsgroepen te wensen over. Dit blijkt uit de meest recente Voedselconsumptiepeiling (VCP), die het RIVM tussen 2007 en 2010 heeft gehouden onder ruim 3.800 Nederlanders.
8 november |
Laag in de basis.
Nederlanders consumeren minder melk(producten) dan het Voedingscentrum adviseert. De gemiddelde consumptie ligt voor alle leeftijdscategorieën onder de aanbevolen hoeveelheid. Vooral tienermeisjes (14-18 jaar) en vrouwen vanaf 50 jaar krijgen te weinig melk(producten) binnen; gemiddeld krijgen deze groepen slechts iets meer dan de helft van de aanbevolen consumptie binnen. Zo consumeren meisjes tussen 14 en 18 jaar gemiddeld 315 ml zuivel per dag, terwijl bijna het dubbele - 600 ml - wordt aanbevolen. Bij de andere leeftijdsgroepen vanaf 9 jaar ligt de consumptie 24-38% lager dan de aanbeveling. Kinderen van 7 en 8 jaar krijgen 7% minder melk binnen dan wordt aanbevolen. Alle leeftijdsgroepen eten gemiddeld genomen wel voldoende kaas, hoewel de verschillen tussen mensen groot zijn. Ook van de meeste andere basisvoedingsmiddelen wordt minder gegeten dan de richtlijnen adviseren. Dat geldt voor groente, fruit, vis, brood, aardappels, vetten en oliën. Ouderen eten van deze gezonde producten nog het meeste. Jongeren eten relatief juist veel snoep, koek en gebak.
Zuivel is leverancier van belangrijke voedingsstoffen.
Uit de VCP blijkt dat zuivelproducten met recht basisvoedingsmiddelen zijn vanwege de grote bijdrage aan de voorziening van voedingsstoffen in de Nederlandse voeding. Zo is zuivel de belangrijkste leverancier in onze voeding van maar liefst 6 voedingsstoffen: calcium, vitamine A, B2 en B12, kalium en fosfor. En zuivel komt op de tweede plaats als bron van eiwit, zink en magnesium. Vooral de bijdrage van zuivel aan de voorziening met vitamine A, kalium, zink en magnesium is belangrijk, omdat uit de VCP blijkt dat sommige groepen daarvan te weinig binnenkrijgen. Dat geldt overigens ook voor vezels en vitamine B1, C en E.